Vakantiedagen

▪ Het aantal vakantiedagen te weten komen waarop ik recht heb in 'Mijn vakantierekening'

▪ Berekening vakantiedagen

▪ Omzetten vakantiedagen

Uitleg over regels toekenning vakantiedagen

Het aantal vakantiedagen (vakantieduur) wordt bepaald in verhouding tot de prestaties van het vakantiedienstjaar (het jaar voor de uitbetaling van het vakantiegeld). Sommige inactiviteitsdagen worden gelijkgesteld met dagen van werkelijke arbeid.

  • de dagen afwezigheid waarvoor een loon verschuldigd is
  • de niet-bezoldigde afwezigheidsdagen die echter voor de berekening van het vakantiegeld in aanmerking genomen worden
  • de dagen wettelijke vakantie
  • vakantie krachtens een algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst
  • de bijkomende vakantie
  • de dagen inhaalrust in de sector bouw
  • de dagen inhaalrust in het kader van arbeidsduurvermindering

Opgelet: de inactiviteitsdagen die gelijkgesteld worden voor de berekening van de vakantieduur komen niet allemaal in aanmerking voor de berekening van het bedrag aan vakantiegeld.

Geglobaliseerd attest

Vanaf het vakantiejaar 2020 wordt de vakantieduur berekend voor alle vakantiefondsen samen. Als je aangesloten bent bij meerdere vakantiefondsen krijg je één geglobaliseerd attest met de geglobaliseerde vakantieduur. 

Wat is de impact op mij?
Je krijgt je vakantieduur op één document: het geglobaliseerd vakantieduurattest. Je hoeft en mag de vakantieduur per vakantiefonds niet meer samentellen. 

Wat als mijn recht wijzigt bij één vakantiefonds?
Wanneer je vakantierecht na de eerste betaling wordt aangepast, zal het vakantiefonds je steeds informeren over je nieuwe geglobaliseerde vakantieduur.

Heeft dit een invloed op mijn vakantiegeld?
Deze vernieuwing heeft geen impact op de berekening of betaling van jouw vakantiegeld.

Info wetgeving - législation
Info wetgeving

Voor de arbeiders, leerling-arbeiders en de kunstenaars onder contract wordt de jaarlijkse vakantieduur vastgelegd door middel van de formule en de tabel die vermeld staan in artikel 35 van het koninklijk besluit van 30 maart 1967 tot bepaling van de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers.